Spring naar inhoud

Such stuff as dreams are made on

juli 24, 2011

Prospero

Our revels now are ended. These our actors,
As I foretold you, were all spirits, and
Are melted into air, into thin air:
And like the baseless fabric of this vision,
The cloud-capp’d tow’rs, the gorgeous palaces,
The solemn temples, the great globe itself,
Yea, all which it inherit, shall dissolve,
And, like this insubstantial pageant faded,
Leave not a rack behind. We are such stuff
As dreams are made on; and our little life
Is rounded with a sleep.

William Shakespeare, The Tempest Act 4, scene 1, 148-158

Philip Glass – Glassworks

juli 1, 2011

Vuilbek

juni 2, 2011

Marita was extra vroeg naar de loods gekomen om alle gereedschap voor de ingreep rustig klaar te leggen. Ze wilde Gjalt er nog niet bij hebben, want dan werd ze nerveus en kon ze niet meer nadenken of ze nou alles wel had: verschillende nijptangen, drie flessen spa, doekjes voor het bloeden, nog een paar naalden, en veiligheidsspelden; die kwamen altijd van pas, veiligheidsspelden, daarom heetten ze ook zo.

 Toen ze op haar vouwfiets het half bestrate terrein met tipi’s en pipowagens was opgereden, had ze haar ogen moeten dichtknijpen om niet verblind te raken van de zon die op de witte loods scheen; de enige loods die nog op het grote terrein bij de haven stond, en die Gjalt voor zijn schimmige werk aan een tempel had weten te confisqueren.

 Alle instrumenten moesten klaarliggen als hij er aan kwam, en dat kon nu zijn, maar ook over drie uur. Dat wist je nooit met hem. Dat ze hiermee akkoord was gegaan betekende eigenlijk dat ze overal mee akkoord zou gaan.

Verslingerd aan Sigerius

mei 13, 2011

Mijn creativiteit laat het deze week even afweten, verslingerd als ik ben aan de roman Bonita Avenue van Peter Buwalda. Dit prachtige debuut – kan ik nu al zeggen – is niet alleen spannend, maar heeft ook (en misschien nog wel belangrijker), een goede stijl met prachtige beeldspraak. Enfin, mij rest eigenlijk alleen nog te zeggen, lees dit boek. Als voorafje hier een stukje waarin Buwalda het over schrijven heeft:

Ik probeer er nog een filmpje bij te plaatsen van Buwalda bij Boeken VPRO. Nu lees ik verder.

[http://beta.uitzendinggemist.nl/afleveringen/969102]

Het Secretaire

april 2, 2011

Constance lag nog maar een uur in haar graf, en de immense kamers van haar villa waren al nagenoeg leeg. Er bevonden zich alleen nog een paar oude meubels, en de stieftweeling, nicht Julia en neef Laurens, die zich  tijdens de begrafenis nog beschaafd hadden weten te gedragen.

In de en-suite voorkamer keek Julia vanaf de Chesterfield bank naar het secretaire. Al bijna dertig jaar dezelfde opstelling: tegenover de bank niet gewoon een televisie, maar een secretaire, waar je dan noodgedwongen naar moest gaan zitten kijken. Ze was hier gekomen om alles af te sluiten, op advies van haar therapeut nota bene, terwijl zich in haar buik een kriebelende knoop nestelde.

Het Louis XVI-secretaire stond daar ongenaakbaar, ze dacht aan een gemeen wijf dat haar uitdaagde. Zo’n log en zwaar meubel was niet mooi, nee, het was voor dichtgetike leeghoofden met opgelegde smaak. Ook dat zelfgenoegzame verhaal van tante, over hoe het secretaire in haar bezit was gekomen. Julia dacht aan haar eigen decorstukken, gemaakt voor de vergetelheid: een Russisch landschapje, Afrikaanse maskers, een LSD-trip, cactussen, een kasteel, een blinde muur. Dat was nou mooi, niet zoals dit, een strak streng meubelstuk. Antiek was het, dat wel ja.

Julia dacht aan haar tweelingbroer, die het natuurlijk wél mooi vond. Zij was de enige die hem doorhad. Daar had je hem al. Het was jammer, het was haar broer, maar het was een hol vat, een volgzame slijmjurk. En ze kon zijn aanwezigheid simpelweg niet verdragen. Verder lezen…

Het regent en de telefoon gaat

maart 12, 2011

 

ANNETTE

Waarschijnlijk is het de regen. Komt hij niet omdat het regent.

JOYCE

Onzin. Hij komt niet omdat hij niet komt. Omdat het een lul is. Een getrouwde lul ook nog.

ANNETTE

Het regent echt keihard, ik zie niets meer buiten, alleen stroompjes over m’n raam. net riviertjes.

JOYCE

Houd toch op zeg, stroompjes over je raam, ik word niet goed. Heb je dat van hem? Vroeger was je nooit zo vaag.

ANNETTE

Het is niet vaag, eerder poëtisch. Misschien.

JOYCE

Poëtisch? Omdat hij zich dichter noemt? Dichters zijn niet te vertrouwen, dat had ik je allang kunnen vertellen. Je wacht al meer dan een half uur op die loser.

ANNETTE

Ik ben zijn muze.

JOYCE

Oh ja? zijn muze? En wat heb jij daaraan? Als hij zijn vrouw beklimt?

ANNETTE

Doe eens niet zo kattig. Ik ben al zo depri door die regen.

JOYCE

Niet door die regen. Doordat ‘ie niet komt. Die komt echt niet meer hoor.

ANNETTE

Je hebt gelijk. Hij komt niet meer. Anders had hij hier nu doorweekt voor m’n deur gestaan. Hij komt niet meer.

Regenzin

maart 4, 2011

Nu ik al 33 minuten ononderbroken uit het raam met de spetters kijk, zittend op mijn pianokrukje, slenterend door de kamer, hangend op de bedbank die híj me heeft opgedrongen, schuifelend langs het kletterende glas; en nu ik het wéér heb laten gebeuren dat ik niks doe en afwacht, terwijl het water door de goot kolkt, door diezelfde goot waar híj nu in zou moeten liggen; ja nu weet ik zeker, zo zeker als ik het vorige keer ook wist, dat hij niet meer zal komen, dat hij lekker behaaglijk binnen zit, met de regen als excuus en zijn vrouw op de bank, dat hij altijd een ander excuus zal hebben om simpelweg een klootzak te zijn, en dat hij nooit maar dan ook nooit van mij zal zijn, omdat – áls ik zijn prinses was zoals hij had gezegd -, hij nu doorweekt en druipend, fris en fruitig, klets- en kleddernat voor mijn deur zou staan — maar dat is niet zo.

De Bevrijding van Kompel 24

februari 27, 2011

 

Vlak voordat de reddingspoging begint, moet hij het nog voor elkaar krijgen: de huisarts moet kompel 24 overhalen een keuze te maken; een keuze tussen vrouw of minnares. En dat moet hem zijn overplaatsing van de woestijn naar de stad bezorgen. Aan hem de taak om te zorgen dat de kompels bovenaan de grond niet als wrakken uit de capsules komen, maar als veerkrachtige en levenslustige mannen. Het geheel moet er uitzien als een bevrijding.

   Drie maanden lang heeft hij kompel 24 en zijn kameraden dagelijks gesproken: alle mannen, 700 meter onder de grond, krijgen vijf minuten per dag telefonisch begeleiding door de huisarts. 

   Ook vandaag, en dus sluit hij om 12.00 zijn praktijk af, en loopt het woestijndorp uit, langs de beige huizen met kapotte ramen, die er allemaal uitzien alsof de bewoners ze jaren geleden in haast hebben verlaten, en er nooit meer zijn teruggekeerd. Buiten het dorp loopt hij door een desolate vlakte van grijs, groen en beige compactpoeder, tot hij aankomt bij de afgrond  van de kopermijn.

   Daar beneden verandert het beeld: molshopen van goudgeel zand, doortrokken met zwart grind, hier en daar containers, aggregaten, installaties, en groepjes mannen met helmen, die behoedzaam met elkaar praten. Hij loopt door naar de control room van de reddingswerkers, om daar telefonische consulten te geven aan de mannen onder de grond. Altijd geschoren, altijd met een stropdas, en altijd met een geurtje op — zo weinig dat alleen híj het kan ruiken.

   Aanvankelijk wist hij nog niet dat de minister hier steeds rondloopt, geflankeerd door zwermen camera’s. De minister blijft vaak in zijn Mercedes zitten, en dan luistert hij naar de opera Norma. Het is de huisarts nog niet gelukt om hem te laten weten dat hij die opera ook kent, maar de minister had hem vast al opgemerkt.

   De huisarts loopt, in een straffer tempo dan normaal, naar het terrein. Hij moet weg van dat godverlaten stofdorp. Het grootste lastpak is kompel 24, een eigenaardige, om niet te zeggen irritante man, die eigenlijk niet uit zijn schuilplaats wil komen. De huisarts heeft nog steeds geen idee wat hem mankeert. Nu wordt kompel 24 in een noodgebouwtje opgewacht door zijn echtgenote en zijn minnares. Het laatste begeleidingstelefoontje met hem moet ervoor zorgen dat één van die twee vrouwen zich voor het oog van de wereld in zijn armen kan storten.

Over Oberstein et al.

februari 20, 2011

Ik heb hem uit hoor, het boek over de wereld als één grote marktplaats; het is weer een en al treurnis in de nieuwste roman van Arnon Grunberg. Huid en Haar gaat over universitair docent Roland Oberstein die onderzoekt en illustreert hoe ‘mensen er alles voor over hebben en er alles aan doen om bedrogen te worden’. Prachtig, maar het is wel meer van hetzelfde.

Grunberg lijkt in dit opzicht op Willem Frederik Hermans, van wie wordt gezegd dat hij altijd hetzelfde boek schreef. Is dat erg of is dat juist de onderneming die een echt groot schrijver zich tot taak stelt? Interessante kwestie (wat vindt u, lezer? reacties welkom!).

Ook deze roman biedt meer van hetzelfde. Weliswaar het geniale zelfde, het prachtig geschetste nihilistische wereldbeeld van Grunberg, maar ik kan het niet helpen dat dit boek mij wat minder boeit dan het vorige dat ik van hem las: Tirza.

Hoe komt dit? Eén reden is dat Huid en Haar enorm uitwaaiert in personages; we volgen de hoofdpersoon Oberstein, maar ook diverse vriendinnen en partners van vriendinnen, studenten, familieleden. Een roman die zich concentreert op de ontwikkelingen van een enkel personage grijpt mij toch altijd meer dan een verhaal dat heen en weer springt tussen personages; een kwestie van smaak, ongetwijfeld.

In het voorbijgaan trakteert Arnon ons op vertrouwde aforismen en beschrijvingen:

Collega’s heeft hij ooit over intermenselijkheid horen spreken. Dat woord alleen al. Hij weet wat erachter schuilgaat: bevordering van de algehele achterlijkheid.

En dan nog iets: In der Beschränkung zeigt sich der Meister, Arnon, en het middenstuk zakt toch een beetje in. Het verhaal had wat mij betreft best wat sneller gekund, met wat minder uitweidingen en een wat simpeler plot. Maar ik zal het nog een keer lezen voordat ik daar een definitief oordeel over vel…

Ik eindig met een citaat uit Huid en Haar, een typische Grunberg-passage:

Hier zit ze, gereed om haar leven te vergooien. Met een zekerheid die haar zelf verrast, beseft ze op dat moment dat het daarom gaat, dat is de kern van leven, dat je het kunt vergooien. Dat je het vergooit.

Kitchen sink blues

februari 11, 2011

 

ANNEKE

Het aanrecht moet vernieuwd worden.

PIERRE

Ik ben toch al bezig met dat antieke kastje van jou?

ANNEKE

Kijk, de lucht is blauwgrijs. Mooi.

PIERRE

Je ziet toch al dagen die gereedschapskist staan, dus dan weet je dat toch?

ANNEKE

Ik kan de hoestsiroop nergens vinden.

PIERRE

Kun je je irritatie niet op een andere manier ventileren?

ANNEKE

Geïrriteerd? je ziet zelf helemaal geel…

PIERRE

Ik ga weer bezig met die kast.

ANNEKE

Nou word je weer knalrood! zie je, je bent zelf geïrriteerd.

PIERRE

Zullen we eens over jouw eigen kwaadheid gaan beginnen?

ANNEKE

Waar ik last van heb is nervositeit, dat is iets heel anders.

PIERRE

De hoestsiroop staat gewoon op het raamkozijn – waar het altijd staat.

ANNEKE

Ik kan de telefoon ook al niet vinden; ik moet Lara bellen

PIERRE

Die zit nu toch al lang en breed in het vliegtuig; dat heeft geen zin meer.

ANNEKE

Kijk, daar zit een vogeltje op het raamkozijn, wat lief.

PIERRE

Die loert gewoon naar die vieze volle vuilniszak die jij al dagen op je balkon laat staan.

ANNEKE

Laat mij gewoon lekker naar de wolken kijken. Ga jij maar weer naar huis.