Skip to content

Het Secretaire

april 2, 2011

Constance lag nog maar een uur in haar graf, en de immense kamers van haar villa waren al nagenoeg leeg. Er bevonden zich alleen nog een paar oude meubels, en de stieftweeling, nicht Julia en neef Laurens, die zich  tijdens de begrafenis nog beschaafd hadden weten te gedragen.

In de en-suite voorkamer keek Julia vanaf de Chesterfield bank naar het secretaire. Al bijna dertig jaar dezelfde opstelling: tegenover de bank niet gewoon een televisie, maar een secretaire, waar je dan noodgedwongen naar moest gaan zitten kijken. Ze was hier gekomen om alles af te sluiten, op advies van haar therapeut nota bene, terwijl zich in haar buik een kriebelende knoop nestelde.

Het Louis XVI-secretaire stond daar ongenaakbaar, ze dacht aan een gemeen wijf dat haar uitdaagde. Zo’n log en zwaar meubel was niet mooi, nee, het was voor dichtgetike leeghoofden met opgelegde smaak. Ook dat zelfgenoegzame verhaal van tante, over hoe het secretaire in haar bezit was gekomen. Julia dacht aan haar eigen decorstukken, gemaakt voor de vergetelheid: een Russisch landschapje, Afrikaanse maskers, een LSD-trip, cactussen, een kasteel, een blinde muur. Dat was nou mooi, niet zoals dit, een strak streng meubelstuk. Antiek was het, dat wel ja.

Julia dacht aan haar tweelingbroer, die het natuurlijk wél mooi vond. Zij was de enige die hem doorhad. Daar had je hem al. Het was jammer, het was haar broer, maar het was een hol vat, een volgzame slijmjurk. En ze kon zijn aanwezigheid simpelweg niet verdragen.

Laurens zwaaide de kamer binnen, en vouwde zijn handen op zijn rug. Zijn reactie op de hysterische trekjes van zijn zus. Zoals ze net wegstoof, aanstelleritis as usual.

Tante lag nog maar net onder de grond, en Juultje moest weer zuur doen. Belachelijk. Constance was een gek wijf, origineel; waarom zag zijn zus dat niet? Onbegrijpelijk, juist voor Julia, die zogenaamd kunstenaar was. Yeah right, decors maken. Voor een theater van zeikerige knorren, die terecht hun  subsidie weer eens moesten inleveren. Is dat decorbouwen niet meer een ambacht? had hij haar een keer gevraagd, nou toen kon ‘ie het krijgen. Juul wilde graag artistiekerig doen en er moet iets van haar aanstellerige zelf op het toneel komen. Moelijk doen als het makkelijk kan. Dat vond Laurens eigenlijk een prima definitie van moderne kunst, bedacht hij ineens, en hij grinnikte.

Na een paar passen met de handen op de rug, hield Laurens stil voor het secretaire. Hij srekte zijn hand uit en liet zijn vingertoppen heel lichtjes over het koele marmeren blad glijden. Fraai en puntgaaf – het Louis XVI-secretaire van Tante Constance. Klassieke rechte lijnen, met achthoekige blokjes notenhout ingelegd. Daar moest ook ergens dat geld te vinden zijn.

Laurens dacht aan zijn tante Constance, een dunne spitse verschijning uit het begin van de 20e eeuw. Ze had haar kleren altijd zelf gemaakt, en had tot op het laatst nog iedere dag vlechten in haar haar, die ze in een knot op haar hoofd vastzette. De laatste keer had ze weer over het secretaire gesproken. Laurens wist altijd wat er dan kwam: een monoloog over het volk, over geld, en over Julia.

‘Op een veiling heb ik het aangeschaft. Ik had het secretaire al gezien, en alleen ík had ook gezien dat het bijzonder was. Ik voelde me unheimisch met al dat plebs om me heen. Plebs met geld is het ergste. Ik zat daar met al die proleten die een stoeltje met krullen wilden voor bij hun fontein binnenshuis. Laurens, zo spraken ze écht. Die mensen willen ook nog graag te veel betalen, want ze denken dat dat sjiek is. Ze willen ook alles kopen, en het maakt ze niet uit of ze het nodig hebben. Bezit is een last – dat begrijpen mensen niet meer. Ik koop alleen iets als ik er ook goed voor kan zorgen’.

 ‘Enfin, op de veiling. Toen het nummer van het secretaire opkwam zat niemand op te letten. Ik bood natuurlijk niet meteen. De veilingmeester vroeg of er niemand wilde bieden: “Wordt er geboden in de zaal? Een eerste bod? Iemand?” En toen verhief ik mijn stem: “één gulden!”. En ja hoor: “Eenmaal, andermaal, verkocht”. Voor één gulden slechts, want waarom zou ik meer betalen? Maar ik zag wel hoe mooi en bijzonder het was. Geen barokke troep, nee een mooi klassiek Louis XVI bureau. Ik heb er ook altijd goed voor gezorgd. Staat het er niet keurig netjes bij?’

 ‘Je zuster vindt het niet mooi; ze heeft geen smaak. Ze heeft wel de opvoeding gehad en ze is ook niet dom, maar ze is tegendraads. Altijd in de contramine. Ze wíl het niet mooi vinden, terwijl het wel mooi ís. Alleen proleten denken dat je zelf kunt bepalen wat mooi is. Eigenlijk wéét ze dat ook, en het is dan ook buitengewoon onvolwassen van haar. Laurens, het spijt mij zeer, maar je zuster is ten enen malen ongeschikt voor het volwassen leven. Ze heeft geen evenwicht. Sommige mensen zijn zo, ik had dat al vroeg in de gaten bij haar. Ab-so-luut.’

Laurens werd onderbroken. Verstoord, zoals altijd als hij zijn zus naderbij voelde komen. Julia zag eruit alsof ze een heel eind in het bos had gewandeld: buiten adem, zwaaiend met een grote wandelstok, te groot voor haar eigenlijk. Moest ze weer overdrijven, helemaal bezweet en rood aangelopen kwam ze aanzetten. Net haar tante begraven, maar de aandacht moest weer naar haarzelf.

Julia beende vooruit, hield de stok voor zich, als om Laurens te slaan. Hij deinsde achteruit, maar ze sloeg hem niet, ze liep hem voorbij, naar het Louis XVI secretaire, hief haar handen op, de stok hoog trillend boven het meubel.

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: