Skip to content

De Bevrijding van Kompel 24

februari 27, 2011

 

Vlak voordat de reddingspoging begint, moet hij het nog voor elkaar krijgen: de huisarts moet kompel 24 overhalen een keuze te maken; een keuze tussen vrouw of minnares. En dat moet hem zijn overplaatsing van de woestijn naar de stad bezorgen. Aan hem de taak om te zorgen dat de kompels bovenaan de grond niet als wrakken uit de capsules komen, maar als veerkrachtige en levenslustige mannen. Het geheel moet er uitzien als een bevrijding.

   Drie maanden lang heeft hij kompel 24 en zijn kameraden dagelijks gesproken: alle mannen, 700 meter onder de grond, krijgen vijf minuten per dag telefonisch begeleiding door de huisarts. 

   Ook vandaag, en dus sluit hij om 12.00 zijn praktijk af, en loopt het woestijndorp uit, langs de beige huizen met kapotte ramen, die er allemaal uitzien alsof de bewoners ze jaren geleden in haast hebben verlaten, en er nooit meer zijn teruggekeerd. Buiten het dorp loopt hij door een desolate vlakte van grijs, groen en beige compactpoeder, tot hij aankomt bij de afgrond  van de kopermijn.

   Daar beneden verandert het beeld: molshopen van goudgeel zand, doortrokken met zwart grind, hier en daar containers, aggregaten, installaties, en groepjes mannen met helmen, die behoedzaam met elkaar praten. Hij loopt door naar de control room van de reddingswerkers, om daar telefonische consulten te geven aan de mannen onder de grond. Altijd geschoren, altijd met een stropdas, en altijd met een geurtje op — zo weinig dat alleen híj het kan ruiken.

   Aanvankelijk wist hij nog niet dat de minister hier steeds rondloopt, geflankeerd door zwermen camera’s. De minister blijft vaak in zijn Mercedes zitten, en dan luistert hij naar de opera Norma. Het is de huisarts nog niet gelukt om hem te laten weten dat hij die opera ook kent, maar de minister had hem vast al opgemerkt.

   De huisarts loopt, in een straffer tempo dan normaal, naar het terrein. Hij moet weg van dat godverlaten stofdorp. Het grootste lastpak is kompel 24, een eigenaardige, om niet te zeggen irritante man, die eigenlijk niet uit zijn schuilplaats wil komen. De huisarts heeft nog steeds geen idee wat hem mankeert. Nu wordt kompel 24 in een noodgebouwtje opgewacht door zijn echtgenote en zijn minnares. Het laatste begeleidingstelefoontje met hem moet ervoor zorgen dat één van die twee vrouwen zich voor het oog van de wereld in zijn armen kan storten.

Over Oberstein et al.

februari 20, 2011

Ik heb hem uit hoor, het boek over de wereld als één grote marktplaats; het is weer een en al treurnis in de nieuwste roman van Arnon Grunberg. Huid en Haar gaat over universitair docent Roland Oberstein die onderzoekt en illustreert hoe ‘mensen er alles voor over hebben en er alles aan doen om bedrogen te worden’. Prachtig, maar het is wel meer van hetzelfde.

Grunberg lijkt in dit opzicht op Willem Frederik Hermans, van wie wordt gezegd dat hij altijd hetzelfde boek schreef. Is dat erg of is dat juist de onderneming die een echt groot schrijver zich tot taak stelt? Interessante kwestie (wat vindt u, lezer? reacties welkom!).

Ook deze roman biedt meer van hetzelfde. Weliswaar het geniale zelfde, het prachtig geschetste nihilistische wereldbeeld van Grunberg, maar ik kan het niet helpen dat dit boek mij wat minder boeit dan het vorige dat ik van hem las: Tirza.

Hoe komt dit? Eén reden is dat Huid en Haar enorm uitwaaiert in personages; we volgen de hoofdpersoon Oberstein, maar ook diverse vriendinnen en partners van vriendinnen, studenten, familieleden. Een roman die zich concentreert op de ontwikkelingen van een enkel personage grijpt mij toch altijd meer dan een verhaal dat heen en weer springt tussen personages; een kwestie van smaak, ongetwijfeld.

In het voorbijgaan trakteert Arnon ons op vertrouwde aforismen en beschrijvingen:

Collega’s heeft hij ooit over intermenselijkheid horen spreken. Dat woord alleen al. Hij weet wat erachter schuilgaat: bevordering van de algehele achterlijkheid.

En dan nog iets: In der Beschränkung zeigt sich der Meister, Arnon, en het middenstuk zakt toch een beetje in. Het verhaal had wat mij betreft best wat sneller gekund, met wat minder uitweidingen en een wat simpeler plot. Maar ik zal het nog een keer lezen voordat ik daar een definitief oordeel over vel…

Ik eindig met een citaat uit Huid en Haar, een typische Grunberg-passage:

Hier zit ze, gereed om haar leven te vergooien. Met een zekerheid die haar zelf verrast, beseft ze op dat moment dat het daarom gaat, dat is de kern van leven, dat je het kunt vergooien. Dat je het vergooit.

Kitchen sink blues

februari 11, 2011

 

ANNEKE

Het aanrecht moet vernieuwd worden.

PIERRE

Ik ben toch al bezig met dat antieke kastje van jou?

ANNEKE

Kijk, de lucht is blauwgrijs. Mooi.

PIERRE

Je ziet toch al dagen die gereedschapskist staan, dus dan weet je dat toch?

ANNEKE

Ik kan de hoestsiroop nergens vinden.

PIERRE

Kun je je irritatie niet op een andere manier ventileren?

ANNEKE

Geïrriteerd? je ziet zelf helemaal geel…

PIERRE

Ik ga weer bezig met die kast.

ANNEKE

Nou word je weer knalrood! zie je, je bent zelf geïrriteerd.

PIERRE

Zullen we eens over jouw eigen kwaadheid gaan beginnen?

ANNEKE

Waar ik last van heb is nervositeit, dat is iets heel anders.

PIERRE

De hoestsiroop staat gewoon op het raamkozijn – waar het altijd staat.

ANNEKE

Ik kan de telefoon ook al niet vinden; ik moet Lara bellen

PIERRE

Die zit nu toch al lang en breed in het vliegtuig; dat heeft geen zin meer.

ANNEKE

Kijk, daar zit een vogeltje op het raamkozijn, wat lief.

PIERRE

Die loert gewoon naar die vieze volle vuilniszak die jij al dagen op je balkon laat staan.

ANNEKE

Laat mij gewoon lekker naar de wolken kijken. Ga jij maar weer naar huis.

Mild met een pittig accent

februari 6, 2011

Toen mijn moeder met Arthur aan kwam zetten, dacht ik dat mama eindelijk een beetje een normale man had uitgekozen; maar dat was voordat ze mij drie dagen met hem alleen liet om naar zichzelf op zoek te gaan tijdens een Oerweekend op de Veluwe.

     Arthur, de conrector van het gymnasium waar ik in de brugklas zat, en eindelijk een nette man volgens mijn moeder, want daar had ze hem ook op uitgekozen, vond het geen enkel probleem om mij een weekend onder zijn hoede te nemen. Zodra mijn moeder de deur uit was, kamde hij zijn vettige zwarte haren, deed een groezelig donkerblauw colbertje aan, en nam me mee naar Albert Heijn.

    Ik vond Arthur wel een grappig figuur, zeker na al die vorige vriendjes van Livia (mama wilde dat ik haar Livia noemde).  Arthur was in ieder geval minder erg dan Barry, mama’s vorige vriend. ‘Een breedbekkikker met het lijf van een gorilla’, zei mijn moeder tegen haar vriendin Larissa; ze kon er nu heel hard om lachen. Maar alleen als Arthur er niet bij was.

     ‘We kunnen ook wat bestellen’, mompelde ik, onderweg naar de supermarkt. Het was koud op straat en ik had geen zin.

     ‘Wat bestellen?’ antwoordde Arthur, ‘dat gedegenereerde voedsel waar ze waarschijnlijk afval in hebben verwerkt, een vieze slappe prak van gisteren, die met heel veel zout en nog wat extra vet wordt opgepept, liefdeloos in een magnetron gesmeten en dan door elkaar gehusseld, hatseflats, lauw uit de scooter op je bord. En daar dan nog een fortuin aan besteden ook. Terwijl het afval dat ze er instoppen hun nog geen 10 eurocent heeft gekost. Nee dank je’.

Ik kende deze tirade, waar mijn moeder altijd mee instemde. ‘Ja, het is een schandaal inderdaad’ , zei ze dan heel hypocriet. Maar hij moest eens weten hoe vaak Livia en Barry samen wat lieten bezorgen als ze te lam waren om te koken. Mijn moeder is ontzettend nep. Arthur had het nog niet door maar ik allang.

Berken en Bliksem

januari 30, 2011

 

Aan het eind van het bospad, met het lamme been slepend naast mijn stok, zag ik de open ruimte. Mijn maag was zo leeg dat hij niet meer rommelde. Links en rechts witte stammen. Berken zijn altijd de eerste bomen die opkomen nadat het bos verwoest is, dat had mijn vader me een keer verteld.

Ik wist zeker dat de open plek nog niet overwoekerd kon zijn, en dat het geld nog begraven zou zijn.

Hoe zou ik met mijn kapotte handen in de aarde kunnen wroeten? Ik probeerde de lappen nog strakker om mijn handen te winden, maar het bloed kwam er nog steeds doorheen.

Straks, met het opgegraven geld, zou ik mijn weg weten te vinden naar het dorp — of wat daar nog van over was.

Ik stond stil, en keek naar de lucht boven mij; aan de ene kant licht, aan de andere kant donker. Naderde het onweer of trok het weg? Ik moest nu snel graven en wegwezen. Ik kon niet met onweer in een open ruimte gaan staan, en als een konijn voor het jachtgeweer poseren.

Ik liep naar de rand, ploegde met mijn stok in het gras om een eerste gat in de grond te maken, en boog voorover.      

De geur van losgewoelde aarde. Mijn vader had altijd de prachtigste rozen gekweekt in onze tuin. Bordeaux-rood, wit en lichtroze. De lichtroze roken het lekkerst.

Mijn handen waren even zompig als de aarde, en ik groef.

Als je een lichtflits ziet, kun je tellen hoe ver het onweer van je vandaan is. Ik groef koortsig door. Hoeveel meters is een seconde? Eerst zie je de lichtflits, daarna komt de knal.

Ik voelde iets tegen mijn hand komen. De geur van rozen. Ik hoorde een knal die zó hard was, dat hij uit mijn eigen lijf leek te komen.

Roaring Buscemi

januari 22, 2011

Ieder zondag, zodra het op uitzending gemist verschijnt – want ik heb geen t.v. – geniet ik van de prachtige HBO serie Boardwalk Empire. De intro is prachtig:

Naturlijk: het is een prachtige serie van Scorsese, en met de weergaloze acteur Steve Buscemi, wiens gezicht op zich al een kunstwerk is.

Maar er is meer. Wat mij ook zo kluistert aan deze serie is dat het zich afspeelt in de jaren twintig van de vorige eeuw.

De Roaring Twenties is zo’n fascinerende tijd: de kostuums, de feesten, de kunsten en de geest van vrijheid en muziek. Het feminisme van the flappers. Jazz. Er zijn – maar dat is een persoonlijk gevoel van mij – ook zoveel echo’s naar deze tijd.

Misschien heeft mijn liefde voor de twenties wel met kunst en literatuur te maken: ik houd van stream of consciousness, van Woolf, van Joyce, van T.S. Eliot.

Ik verslind boeken als The Great Gatsby, films als Paris was a woman, en natuurlijk series als Boardwalk Empire.

Huid en Haar en meer…romans voor 2011

januari 15, 2011

Een van de tips die beginnende schrijvers altijd krijgen is: lezen, lezen, lezen. Lezen deed ik al voor mijn plezier, dus daar ga ik gestaag mee door. En als het inspireert is dat mooi meegenomen. Mijn – incomplete – lijst met te lezen romans voor dit jaar luidt als volgt:

Huid en Haar van Arnon Grunberg

De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst

Clausewitz van Joost de Vries

Freedom van Jonathan Franzen

The thousand autumns of Jacob de Zoet van David Mitchell

Koetsier Herfst van Charlotte Mutsaers

De vernietiging van Prosper Morèl van Jamal Ouariachi

The Finkler question van Howard Jacobson

Een soort familie van Kees van Beijnum

 

 Ik ben net begonnen met Arnon Grunberg’s Huid en Haar, waarin ik bij het eerste hoofdstuk meteen zie hoe goed doortimmerd dat in elkaar zit: geen woord te veel, geen voorspelbare dialogen, en er worden allerlei nieuwsgierig makende lijntjes voor de plot uiteengezet. Later misschien meer over dit boek, nu eerst doorlezen. Commentaar welkom! 

Edward Hopper - Compartment C, Car 293